06-01-07

 

Hij was een beetje afgedwaald, in de verte hoorde hij de kreten en het gelach van zijn vrienden. Maar hij gaf er niet om, de stilte overheerste. Hij haalde het denkbeeldige touw uit zijn zak en nestelde zich in het gras, met het touw in de aanslag. Daar zou hij wachten.

Enige tijd verstreek; hij lag op zijn rug in het koude, natte gras en trachtte wolken te onderscheiden. Eindelijk zag hij daar een wolk, een echte winterwolk: met zeldzaam goud van de zon en blinkend zilver van de maan overgoten, glijdend door de paarse lucht, duizenden druppels en sneeuwvlokken koesterend, de hele wereld rond, om dan de droeve tranen in de zee te storten. Deze winterwolk wilde hij hebben, deze zou zijn vriend worden.

Met een zwaai wierp hij het touw de hemel in, om de gewenste wolk. Een vreugdekreet ontsnapte hem. De snok aan het touw doorbrak zijn blijdschap, zoveel tegenstand had hij niet verwacht. Zijn tong verscheen vluchtig aan zijn lippen, vastberaden. Stevig plantte hij zijn voeten op de grond, klaar om de strijd aan te gaan. Het werd een krachtmeting met de wind, die vrolijk zong, wetend dat hij zou zegevieren, doch vertederd door de eenzame uk, had hij geen tijd voor spelletjes, werd elders verwacht.
Zo had hij daar toen gestaan: eenzaam, wijdbeens in een verlaten veld, een denkbeeldige strijd voerend om een onzichtbare buit. Een vreemdeling, en niet enkel een vreemdeling, maar eenieder zou verwonderd blijven staan zijn bij dat aanzicht – bijna schilderachtig- , om daarna onbekommerd, de schouders ophalend verder te lopen. Zo zijn de mensen nu eenmaal geworden: onverschillig. Maar die dag kwam daar niemand langs, geen vreemdeling, geen burger, geen schilder of poëet om het beeld met verf of woorden te vereeuwigen; eigenlijk kwam daar nooit iemand langs. Enkel de jongen – heden de oude man- en de wind wisten dus wat er zich afspeelde, een tot op vandaag goed bewaard geheim.
Wordt vervolgd...

17:03 Gepost door Sinalis | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.