09-05-09

°Vervolg, nog eens vijf minuutjes...°

Nog een laatste blik wierp ik op zijn dossier, me van zijn naam vergewissend (een mens mag niet steeds in nummertjes van de loterij denken). Ferm sloot ik het mapje dat klef was van mijn warme hand, zo ferm dat ik er zelf even van schrok en met de ogen knipperde. Ik stond geen samenhang van voorbereide standaardzinnen toe in mijn hoofd. Lichtgelovig en misschien ook wel slaapdronken van de warmte en in een roes van de lente knikte ik om mezelf gerust te stellen: alles komt goed. Waarom klepperden dan mijn tanden als een fietsbel op een hobbelige kasseiweg bij de gedachte aan de alles verpletterende diagnose die als een mokerende vuistslag die meneer in het gezicht zou dreunen en zijn wereld platwalsen? Waarom beefden mijn flanellen benen als versgewassen linnen hangend aan een waslijn in de wind? Waarom bibberde en trilde mijn standvastige chirurgenhand? Mijn schoenen leken veel te blinkend opgepoetst -ik had nog zo gezegd het niet te doen- en tsjirpten erop los, kondigden me hautain en ongepast vrolijk aan, terwijl ik ter plaatse wel in de aarde kon zinken om tot stof en as weder te keren.
Dubbel lag mijn tong in mijn mond, ik schraapte mijn keel: deels om de krop erin te kunnen wegslikken, deels om mezelf kenbaar te maken en zo de aandacht te trekken. De klassieker schoot samen met het getsjirp mijner schoenen zijn doel niet voorbij en zo begon ik:
'Meneer Rooster? Ik vrees dat...'
Ik schaamde me om m'n lijkbiddergezicht en mijn monoloog die wel een lijkrede leek. Ik waande me de nagel aan zijn doodskist, hoewel ik wist dat ik nagels met koppen sloeg. Ongemakkelijk wrong ik me de winterbleke handen, om en om, haalde ze uit mijn witte zakken om met handen en voeten uit te leggen. Mijn gezichtsuitdrukkingen om te trachten door te dringen, medeleven te betuigen waren helaas slechts pijnlijke grimassen, ik heb nooit de planken van het podium gespeeld. In Algemeen Nederlands probeerde ik mijn jargon te vergeten. Dat laatste bleek nog het moeilijkst van al te zijn na jarenlange studie: ik stond te ver van de werkelijkheid, van het ziekbed en de dialoog af.
Maar voor een gesprek ben je toch op zijn minst met twee. Mijn gesprekspartner echter gaf me na een tijdje een indruk die ik niet wist te appreciëren en die me op de zenuwen werkte: hij scheen nu eens naar een punt net boven mijn hoofd te staren dan weer naar zijn linkerschoen met losgekomen veter. Die veter leek hij niet op te merken, ofschoon hij er wel (met ledige ogen) naar keek, en die veter stak de perfectionist in mij als een doorn in het oog.
Toch kon die indruk me wat troosten: mijn stem was dan wel niet de warmste, de omgeving was hier toch al op lichaamstemperatuur.
Nadat ik hem in mensentaal duidelijk gemaakt had dat ik niets meer voor hem kon doen, dat niemand meer iets voor hem kon doen, vroeg ik tenslotte volledig vergeefs, maar zelf hengelend naar geruststelling van mijn geweten, of ik iets voor hem kon doen. Toen zag ik iets in meneer omkeren, wentelen als een zandloper, neen, een weegschaal die haar wankele evenwichtspunt na enerzijds klimmen en anderzijds dalen bereikt heeft en overslaat. Wentelen als een dobbelsteen, zelfzeker in de handen van het lot. Zijn gelaat veranderde als dat van een man die net zijn blaas geledigd heeft. Opluchting. Onwillekeurig controleerde ik de nette vloer rondom hem op gele stippels; je weet maar nooit.
Met de stilte drong het tot hem door dat ik niet meer praatte en dat mijn laatste toon een vraagteken was.
Wat ik toen hoorde zal ik nooit vergeten.
'Weet u, u lijkt me geleerd en ik hoop dat u dat ook bent. Wat ik me al jarenlang afvraag is het volgende: wat is deflatie? Kunt u me dat vertellen?'
Toen bukte hij zich, volledig naast de kwestie, waardoor ik zijn veranderde gezicht niet hoefde te zien en waardoor ik nog meer mijn kluts kwijtraakte. Uiteindelijk knoopte hij toch zijn schoenveter.
Alles had ik verwacht, maar niet dit.
Daar smolt mijn jarenlange ervaring, als sneeuw voor de zon.
De zwaartekracht greep met haar lange vingers om mijn kin en Newton liet me daar met opengezakte mond vol tanden staan. Het kleffe mapje viel bijna, net niet.
Wat kon ik zeggen?
Wat zou u gezegd hebben?

19:46 Gepost door Sinalis | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.