13-06-10

°Aan mijn medereiziger...°

Aan het meisje dat schuin tegenover mij zat in de trein op woensdag 2 juni 2010 en samen met mij afstapte:

 

Eerst twijfelde ik: ik had het vast verkeerd gezien, mijn ogen zouden mij –zoals dat wel vaker durft te gebeuren – wel even in de steek gelaten hebben.
Later rolden ze uitbundiger – vergeef me de woordkeuze – over je wangen: je huilde wel degelijk. Ongemakkelijk schoof ik heen en weer op mijn lederen tweepersoonsbankje en keek uit het raam. Hooikoorts, dacht ik nog even, of, een verdwaald verkoudheidje.

Je trachtte je verder te concentreren op de papieren op het te kleine tafeltje, leerstof, zo leek het vanuit mijn geniepige blik uit een ooghoek: ondersteboven en eentonig.
Je dacht dat ik het niet zag, de tranen die achter je hand gestelpt werden met een verfrommeld zakdoekje. Ik zag het wel.
Ik wilde iets zeggen, iets doen.
Maar ik ben van nature zo geen trooster en misschien waren het mijn zaken niet. Inderdaad heb ik niet zoveel zaken en mijn neus houd ik ook het liefst binnen handbereik waar hij het veiligst is. Maar, je zag er zooo triest uit.
Een zakdoekje wilde ik je aanbieden, als magere troost. Doch, ik durfde niet.
Zou ik het niet erger maken, immers wilde je je verdriet verbergen…
Tweestrijd in mezelf.
In mijn tas zocht en vond mijn hand blindelings de zakdoekjes. Doch, ik durfde niet.
Bovendien wist ik niet tot welke taal me te wenden: de tekst van je vermoedelijke cursus kon ik niet lezen – daar steken mijn gebrekkige ogen de kop weer op – en aangezien de trein flirtte met de taalgrens in ons felbesproken kiesarrondissement…
Ik weet het wel, allemaal zwakke excuses die eigenlijk gewoon zeer sterk verbloemde uitvluchten zijn.
Toch woedde de tweestrijd verder. Voorlaatste station vooraleer ik mijn einddoel – en ook het jouwe, zo zou later blijken – bereikte. Niets had ik ondernomen, niets , geen hand had ik uitgestoken. Niets had ik gezegd, niets, geen woord laten vallen. Toen zag ik dat je zelf nog zakdoekjes in voorraad had – het altijd op ziekte, morsen en hartzeer voorziene meisje – en dus helemaal geen nood had aan mijn zakdoekjes op aan mijn pogingen die sowieso in verlegen blozen zouden eindigen. Nou…
Je grabbelde in je handtas, nam je sleutels, stond recht en ging het gangetje in, met mij op je hielen. Even later zwaaiden de deuren open: jij naar links naar je auto op de parking, ik naar rechts.

Al dat, gewoon om je te vertellen dat het me spijt.
En misschien ook om even op te merken dat je er verbazend mooi bleef uitzien ondanks je gesnotter en inwendige ellende. Ah, complimentje, lichtpuntje in de duisternis, aan het einde van de tunnel?
En,
om je te vertellen dat, wat het ook moge zijn dat je hart verscheurt, het komt wel goed: je komt wel op je pootjes terecht.

Het ga je goed.

Sinalis,
xx.

21:49 Gepost door Sinalis | Commentaren (3)

Commentaren

Wat een buitengewoon lief stukje. Als ik het geweest was had je mij die zakdoek mogen aanbieden hoor. Ik had je tweestrijd zondermeer opgemerkt en zij ook vast wel!

Gepost door: Danique | 13-06-10

Zakdoek een wereld van verdriet
op enkele vierkante centimeters.

Ontroerend en herkenbaar.

Gepost door: H. | 14-06-10

Goh... dit verhaal grijpt me aan. Ik denk dat we het allemaal al eens meemaken, op één of andere manier. We willen wel maar durven niet. Op zo'n momenten ben ik jaloers op mensen die het wél durven, mijn zus bijvoorbeeld. Ik herken het hoor... het blijft nog een tijdje aan je vreten hé? gelukkig kon je het hier een beetje van je afschrijven...

Lieve groetjes van Elle

Gepost door: Elle | 03-08-10

De commentaren zijn gesloten.